Er werd hem weinig succes voorspeld, maar inmiddels ogen Fons Groenendijk en ADO als een perfecte combi. Tegen Ajax werd het 1-1.

Toen voetbaltrainer Fons Groenendijk begin dit jaar terugkeerde bij zijn jeugdliefde ADO Den Haag, deed de voormalige middenvelder dat in de hoop dat oude tijden zouden herleven. Terug naar de roerige jaren tachtig, van matjes en gesloopte treinen? Dat niet. Maar het kon geen kwaad als er onder zijn leiding weer een tijdperk zou aanbreken waarin tegenstanders bevreesd naar Den Haag zouden afreizen.

Destijds, in februari, viel er veel voor te zeggen dat zijn missie zou mislukken. Niet alleen doordat ADO onderaan stond en in geldnood verkeerde, maar ook doordat Groenendijk niet het imago had van een rouwdouwer die de boel eens flink zou opschudden. In Haagse kringen gaan er nog altijd verhalen rond dat medewerkers zijn oude werkgever Excelsior in hun vuistje lachten toen Groenendijk de ontslagen Zelkjo Petrovic opvolgde bij ADO. Alsof ADO zich verzwakte. Van de regen in de drup.

Geen Ajax-supporters
Met al die factoren in het achterhoofd heeft het er ruim zeven maanden later alle schijn van dat Groenendijk wel degelijk de juiste man is om dit ADO te leiden. Wie hem zondag langs de lijn zag staan, stijf van de adrenaline in de thuiswedstrijd tegen Ajax, zag een herboren trainer die naderhand met pretogen concludeerde dat het 1-1 gelijkspel aanvoelde als meer dan een punt.

Dat komt doordat Ajax een topclub is, maar ook door de rivaliteit. In Den Haag is eenieder met genegenheid voor Ajax al jaren vogelvrij. Niet voor niets waren er ook ditmaal geen Ajax-supporters in Den Haag en wordt de bekerwedstrijd tussen Scheveningen en Ajax woensdag in het stadion van ADO gespeeld, opnieuw zonder uitsupporters. Veiligheid boven alles, ook al voelde Ajax zich in die maatregel niet gekend.

In datzelfde stadion, in zijn kantoor op de eerste verdieping, zal Groenendijk de komende dagen nog veelvuldig genieten van de thuiswedstrijd van zondag. Ajax speelde ADO zoek in de eerste helft, maar miste in de tweede helft het vuur wat de ploeg van Groenendijk wel bracht om de 1-0 achterstand ongedaan te maken. Na rust profiteerde Bjørn Johnsen van lamlendig verdedigen bij Ajax: 1-1.

De spanning was zo groot dat Groenendijk geen moment in de witte tuinstoel bij de dug-out zat. Het leiden van ADO vergt een actieve vorm van coaching. Vanzelf gaat het niet, ook al gunde het bij vlagen dramatische Ajax de thuisploeg wel erg veel perspectief op een goed resultaat.

Toch is deze fase in het seizoen niet te vergelijken met de periode februari – mei, waarin hij ADO voor degradatie moest behoeden. „Mission Impossible”, kopte Voetbal International bij zijn aantreden. Het afbreukrisico was groot. Degradatie met ADO zou een stap terug betekenen voor een trainer die eerder al was ontslagen bij Willem II en het Roemeense Universitatea Cluj. Met zijn laatste club Excelsior bleef hij behouden voor de eredivisie, maar na dat jaar wenste hij zelf een nieuwe uitdaging.

ADO dus. Een club waar hij zo mee verbonden is – „mijn jeugdliefde” – dat hij de opmerkingen negeerde van alle mensen die hem de baan afraadden. „Tribune in de fik, net gedegradeerd en altijd hing er wel iemand in de hekken. Ikzelf ook als ik gescoord had”, vatte Groenendijk zijn ADO-periode ooit samen in het AD. Hij kreeg er in de jaren tachtig zijn eerste profcontract, á 600 gulden per maand, waardoor hij er nog een baantje als parkeerwachter bij had.

Dat hij nooit eerder gedegradeerd was, gaf hem vertrouwen om ADO van de laatste plaats weg te loodsen. In plaats van de gewenste zeventien punten behaalde hij er 21, waardoor ADO als elfde eindigde en zijn eigen contract werd verlengd.

Ook dit jaar zal zwaar worden, maar na de 1-1 tegen Ajax zal Groenendijk in zijn vuistje hebben gelachen. Hij is bespot, maar heeft zijn werk beter op orde dan veel andere trainers. Je hoefde zondag alleen maar naar de dug-out van Ajax te kijken.

Bron: NRC
GGH Media Leaderboard

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.