ADO Den Haag beleefde een veelbewogen eerste seizoenshelft, maar sloot 2018 desondanks af op de elfde plaats. In Turkije wil de club een basis leggen voor een half jaar zonder zorgen, met óf zonder Nasser El Khayati.

Met een reeks van vijf wedstrijden waarin het alleen van Ajax verloor, spoelde ADO Den Haag in de laatste weken van 2018 het meeste chagrijn van de maanden ervoor weg. De Haagse club staat halverwege de competitie ondanks alles tegen het linkerrijtje aan en – bepaald niet onbelangrijk – legde in die slotserie een fundament waarop zij kan doorbouwen.

Dat fundament is gek genoeg vrijwel identiek aan dat onder het uiterst succesvolle vorige seizoen, dat de ploeg afsloot als nummer zeven in de Eredivisie. De nadruk ligt weer op de omschakeling.

De eerste maanden van dit seizoen werd trainer Fons Groenendijk geconfronteerd met ploegen die zich in Den Haag op eigen helft terugtrokken, een gevolg van het succes van de vorige jaargang. ADO werd dus ertoe gedwongen anders te gaan voetballen. Het moest meer dan ooit op de helft van de tegenstander zelf het spel maken. En daar had de Haagse ploeg zichtbaar problemen mee, vooral in thuiswedstrijden bleven de resultaten en het spel achter. De conclusie van Groenendijk was na een moeizame competitiestart dan ook: om ADO weer aan de praat te krijgen, moest hij teruggrijpen op de aanpak van het succesvolle verleden.

‘Als ik eerlijk ben, is dat voor een trainer diep van binnen wel een beetje frustrerend’, vertelt hij. ‘Wij moesten anders gaan voetballen, een type spel dat past bij mijn opvatting, maar ik ben ook realist. En dan zie je dat de speelstijl vanuit de omschakeling het best past bij het materiaal dat wij hebben. Wij zijn gewoon nog niet in staat van achteruit het spel te maken, een tegenstander het pakhuis in te spelen. Ik verwijt daarin niemand iets, het is gewoon een constatering. En zodra je dat constateert, moet je daar als trainer mee aan de slag. Wij zijn beter in de tegenaanval dan wanneer we het zelf moeten verzinnen. Kijk maar naar die laatste vijf wedstrijden. We winnen met heel aardig countervoetbal van PEC Zwolle (2-3) en Willem II (0-3). Tussendoor gaan we er hard af bij Ajax (5-1), maar op de laatste speeldag pakken we op de manier waarop we het in Zwolle en Tilburg deden een punt tegen Feyenoord (2-2). Daartussen zat nog de thuiswedstrijd tegen De Graafschap, die in 0-0 eindigde. Een duel waarvan iedereen op de tribune op voorhand zei: “Dat moet ADO makkelijk winnen”. Maar ik wist al dat het niet zo zou gaan, want tegen De Graafschap moeten we het spel maken en dat gaat moeizaam. Ik weet waar mijn jongens goed en minder goed in zijn. Sommige tegenstanders zijn voor ons daardoor uit gemakkelijker dan thuis. En als wij onze punten dus op de omschakeling pakken, dan heb ik daar geen enkel probleem mee.’

VERWACHTINGSPATROON
De laatste thuiszege dateert mede daardoor inmiddels van begin oktober. Ondanks de elfde plaats zijn supporters kritisch op Groenendijk en zijn ploeg, ook vanwege het opgeschroefde verwachtingspatroon. ADO eindigde vorig seizoen immers in de subtop. Volgens de trainer wordt er voorbijgegaan aan hoe bijzonder die prestatie was. ‘Dat was een evenaring van dat geweldige seizoen van John van den Brom bij deze club, met als verschil dat hij met ADO via de play-offs Europees voetbal haalde en ons dat niet is gelukt. Maar je moet teruggaan naar de jaren zeventig, wil je ADO hoger dan de zevende plaats terugzien.’

‘Vorig jaar was dus iets heel bijzonders. We hebben het geweldig gedaan met z’n allen, waren heel effectief én hebben hier en daar geluk gehad. Maar sindsdien is onze selectie er wel breder maar niet sterker op geworden. Van het bedrag dat AZ voor Bjørn Johnsen heeft betaald, hebben we niks geïnvesteerd én Tyronne Ebuehi – in mijn ogen een van de beste rechtsbacks van de Eredivisie – is vertrokken (naar Benfica, red.). Het is het goed recht van de mensen om kritisch te zijn, op de spelers én op mij, maar kijk ook eens waar we vandaan komen. Toen ik hier twee jaar geleden begon, stonden we onderaan. We eindigden als elfde, het jaar erna als zevende en staan nu qua punten gelijk met de nummer negen. We hebben in die hele periode geen enkele transfersom betaald. Ik vind dat we hier met z’n allen echt wel wat hebben neergezet, maar dat dreigt ondergesneeuwd te raken.’

TRUCJES
Aan de andere kant: het verval ten opzichte van het ADO van vorig seizoen was in bepaalde wedstrijden deze jaargang wel érg groot. Bovendien is de Haagse ploeg voor haar resultaten extreem afhankelijk van de bevliegingen van sterspeler Nasser El Khayati. Met twaalf goals en zes assists was de Rotterdammer bij vrijwel de gehele doelpuntenproductie van ADO (23) betrokken. Raakt de aanvallende middenvelder geblesseerd of wordt hij in deze winter verkocht, dan heeft Groenendijk een probleem.

‘Hij is een sleutelspeler, daar hoef ik niet omheen te draaien’, vertelt de trainer. ‘Ik hou van hem als voetballer en als staf doen we er alles aan om hem zo belangrijk en beslissend mogelijk te laten zijn. Hoe krijgen we hem aan de bal en wáár krijgen wij hem in balbezit? Hoe kunnen we hem verdedigend een tikkeltje ontlasten? Dat zijn vragen waar we voor elke wedstrijd mee bezig zijn. Nasser is doorslaggevend voor ons qua doelpunten en assists, meer dan andere belangrijke spelers dat bij hun clubs zijn. Maar als hij deze maand een mooie transfer kan maken, ga ik als trainer niet lopen mauwen. Dan heeft hij dat helemaal zelf verdiend en zie ik het ook als een compliment voor ons als staf, dat hij zo’n stap vanaf ADO maakt.’

Waar El Khayati al het hele seizoen in topvorm verkeert, kan dat niet van alle ADO-spelers worden gezegd. Groenendijk zag zich genoodzaakt een keeperswissel door te voeren en posteerde zelfs publiekslieveling Tom Beugelsdijk enkele weken op de bank. ‘We hebben heel wat trucs moeten uithalen om alles en iedereen scherp te krijgen’, blikt de trainer terug. ‘We hebben op een gegeven moment alleen maar tegengoals aan spelers laten zien, totdat ze er doodziek van werden. We hebben ze in groepjes gezet om over bepaalde zaken te praten, om ze aan het denken te zetten. Want ook zij hadden met dat verwachtingspatroon te maken. Succes is mooi, maar succes verandert ook wat. Dan is het daarna juist de kunst wéér een bepaald niveau te halen.’

Dat lukte lang niet altijd, tot zorg van Groenendijk. ‘Ik loop al even mee als trainer en heb veel seizoenen meegemaakt waarin ik onderin speelde, tegen degradatie. Ik weet wat het verschil kan maken tussen wel of niet in de problemen komen en af en toe zag ik dat we daartegenaan zaten. Het ligt heel dicht bij elkaar. Het heeft te maken met een balletje binnen- of buitenkant-paal, maar ook met een manier van denken. Je moet niet denken dat het jou niet kan overkomen. Grote Nederlandse clubs met grote trainers is het al eens overkomen. Gertjan Verbeek bij FC Twente en Dick Advocaat bij Sparta vorig jaar nog, dus je moet als trainer heel goed in de gaten houden welke kant het opgaat met je groep.’

Heeft u momenten gehad waarop u dacht: Dit glipt uit mijn handen?

‘Ja, daar ben ik soms wel bang voor geweest.’

Wat doe je dan als trainer?

‘Je gaat proberen de jongens te prikkelen, wakker te schudden. En je kijkt kritisch naar wat er verkeerd gaat. Ik heb een keeperswissel doorgevoerd, jongens uit de gevestigde orde gepasseerd. Wanneer je zulke dingen doet, gebeurt er wel wat in een kleedkamer. Dan staat het op scherp.’

Op zulke momenten heb je wel resultaten nodig. Tegen PEC Zwolle kwamen jullie met een flink gewijzigde ploeg twee keer achter, maar wonnen jullie uiteindelijk met 2-3. Als ADO daar had verloren, had u een probleem gehad.

‘Dat is waar, maar dat zijn dingen waar ik op dat moment niet voor wegloop. Er moest iets gebeuren, de bijl moest in de kleedkamer. Vaste waarden waren boos, gepikeerd, en dag mag. Ik ben ook weleens boos. Maar het gaat erom dat je er met z’n allen weer uitkomt, dat je er beter van wordt. Dat is gebeurd. We staan weer in de middenmoot met een aardig gat naar beneden en we kunnen nog omhoogkijken.’

Uw contract loopt na dit seizoen af. Wat is de situatie?

‘We hebben onlangs een eerste gesprek gevoerd, dat was een positief gesprek. De club wil graag door, ik sta daar zelf ook voor open. Maar ik heb wel wat dingen die ik verbeterd zou willen zien. Dan heb ik het over facilitaire zaken en over de professionalisering van de club. Een stap maken. En ik wil graag de selectie kunnen verversen. Er lopen op dit moment veel jongens rond bij ADO die al heel lang in de teleurstelling zitten, die niet spelen. Ik kan daar wel mee omgaan, maar voor die jongens zelf is dat lastig. Als je te veel teleurgestelde jongens in je kleedkamer hebt, is dat voor de sfeer niet goed. In een ideale wereld was daar al iets aan gedaan, maar ik vind het wel belangrijk dat we de boel kunnen opfrissen als ik hier langer doorga. Dat is voor iedereen goed.’

Hoe groot schat u de kans dat u na de winterstop verder moet zonder El Khayati?

‘Dat is lastig in te schatten. Ik heb hem er uitgebreid over gesproken. Er is belangstelling, maar het zijn op dit moment nog niet de clubs die hem echt aanspreken. Dus ik hoop nog steeds dat Nasser blijft.’

Hoe zou ADO er zonder El Khayati uitzien?

‘Dat plan heb ik wel in mijn hoofd, al een tijdje. Want dat moet je natuurlijk vóór zijn. Als hij vertrekt, moeten we in één keer door kunnen schakelen. Ik heb namelijk niet de illusie dat ik dan voor 31 januari een tweede Nasser kan binnenhalen. Ik zal het in mijn eigen groep moeten zoeken. Vind ik ook niet erg, ik weet het al heel lang dat er aan de inkoopkant weinig mogelijk is en heb daar alle begrip voor. Ik zal dus nooit met mijn vuist op tafel slaan van: Ik moet die en die speler. Want ik weet ook dat er bij deze club tal van mensen rondlopen die een gezin hebben te onderhouden. Voor hen moeten we de club gezond maken.’

In Belek moet Groenendijk verder bouwen aan de toekomst van ADO, met of zonder El Khayati. Ricardo Kishna hoopt in een van de oefenduels aldaar zijn langverwachte rentree na een kruisbandblessure te maken. Op 19 januari hervatten de groen-gelen de competitie met de thuiswedstrijd tegen VVV-Venlo. ‘Het belangrijkste is dat we niet de tol voor ons eigen succes gaan betalen, dat het niet te negatief wordt’, aldus Groenendijk. ‘We staan nu in de middenmoot en als je reëel bent, is dat met dit materiaal prima. Maar het is belangrijk dat ik in dat realisme niet alleen kom te staan, dat de mensen blijven zien waar we in twee jaar tijd vandaan zijn gekomen.’

Bron: Voetbal International
GGH Media Leaderboard

één antwoord

  1. RR

    Dat verwachtingspatroon is zelf geschapen. Kijk bijv maar eens naar de uitspraken van Immers en Groenendijk zelf voorafgaand aan een aantal wedstrijden. Maar dat maakt me niet eens zoveel uit. Dat de wedstrijden meestal niet om aan te zien waren, dat steekt. En dat lieten bijv wedstrijdverslaggevers ook duidelijk merken in hun commentaar. Het is mi de reden dat bij de samenvattingen ADO vrijwel altijd als laatste wedstrijd wordt uitgezonden, als het gros der kijkers al is afgehaakt.

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.